De naam van Jelle Postma duikt de laatste maanden opvallend vaak op in de landelijke media. Hij schuift aan als ‘duider’ van wat hij steevast als extreemrechts bestempelt, en doet dat in de rustige, onderzoeksachtige toon die veel redacties graag horen.
Toch zit er achter dat keurige profiel een verhaal dat in Den Haag en de journalistiek nog maar zelden hardop wordt uitgesproken. Volgens onderzoek van NieuwRechts is de organisatie waar Postma aan verbonden is niet zomaar een stichting, maar een constructie die opvallend veel lijkt op omstreden praktijken die eerder bij de overheid onder vuur lagen.
Een nieuwe vaste stem in het debat
Wie de nieuwsrubrieken volgt, kan er bijna niet omheen: Postma verschijnt op radio, in onderzoeksprogramma’s en in krantenkolommen. Op 15 mei stond hij met een opiniestuk in NRC, waarin hij de rellen in Loosdrecht neerzette als onderdeel van een internationale beweging.
Rond diezelfde periode sprak hij bij NPO Radio in De Dag over Identitair Verzet, en eerder was hij te zien bij Pointer (KRO-NCRV) in een item over zogenoemde Defend-groepen. Zijn rol: duiding, duiding en nog eens duiding—met een duidelijke focus op rechts-conservatieve netwerken.
De stichting achter de schermen
Postma opereert als directeur van de Amsterdamse Stichting Justice for Prosperity (JfP). Op papier klinkt dat als een doorsnee maatschappelijke club. Maar NieuwRechts stelt dat de herkomst van de stichting ongemakkelijke vragen oproept over toezicht, financiering en invloed.
De kern: JfP zou zijn opgericht door oud-medewerkers van de NCTV, kort nadat die overheidsdienst juridisch en politiek in de problemen kwam vanwege het monitoren van burgers op een manier die als buiten proportie werd gezien.
Van overheidsdienst naar private route
De NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid) valt als overheidsorganisatie onder ministeriële verantwoordelijkheid en parlementaire controle. Juist die controle lag gevoelig toen bleek dat er op grote schaal informatie over burgers werd verzameld zonder stevige wettelijke basis.
NieuwRechts concludeert nu dat vergelijkbaar werk door zou zijn gegaan, maar in een andere jas: niet langer binnen een overheidsdienst met politieke verantwoording, maar via een private stichting. Dat maakt de route naar onafhankelijk toezicht een stuk lastiger, zo klinkt de kritiek.
Monitoringtools en gesloten samenwerkingen
Een extra punt dat in het onderzoek terugkomt: JfP zou gebruikmaken van Europese monitoringtools. Dat klinkt technisch, maar het gaat in de praktijk om middelen waarmee online netwerken, berichtgeving en verbanden tussen personen en groepen inzichtelijk kunnen worden gemaakt.
Daarbij zou de stichting samenwerken met gesloten mediapartners—samenwerkingen die niet altijd zichtbaar zijn voor het publiek. In zo’n setting ontstaat al snel een schaduwgebied: wie bepaalt wat onderzocht wordt, welke labels worden geplakt en wat uiteindelijk het nieuws haalt?
Onduidelijkheid over geldstromen
Ook de financiering van de stichting roept vragen op. NieuwRechts stelt dat de herkomst van het geld niet transparant is. Dat is relevant, omdat financiering vaak iets zegt over doelen, prioriteiten en mogelijke belangen achter onderzoek.
Bij klassieke onderzoeksjournalistiek hoort doorgaans openheid over methoden en belangen. Bij organisaties die dicht tegen veiligheid en inlichtingenwerk aan zitten, is die openheid vaak beperkter. Maar juist dat maakt controle en tegenspraak ingewikkeld.
Wie wordt er precies gevolgd?
Volgens NieuwRechts zijn het vooral rechts-conservatieve burgers en netwerken die in dit soort analyses belanden. Daarmee wordt niet alleen een politieke stroming geraakt, maar ook gewone mensen die in het publieke debat een mening hebben over migratie, identiteit of veiligheid.
Dat schuurt, omdat het verschil tussen ‘extremisme’ en ‘onwelgevallige politiek’ soms razendsnel kleiner wordt als de definities vaag zijn. En als een label eenmaal in omloop is, kan het jaren aan iemand blijven kleven—ook zonder strafbare feiten.
Democratisch toezicht als pijnpunt
De grote vraag is uiteindelijk simpel: wie houdt hier toezicht op? Bij een overheidsdienst ligt de verantwoordelijkheid formeel bij ministers en indirect bij de Tweede Kamer. Bij een private stichting is dat minder duidelijk, zeker als werkprocessen deels achter gesloten deuren plaatsvinden.
NieuwRechts stelt dat hiermee een nieuw spanningsveld ontstaat: praktijken die eerder omstreden waren binnen de staat, zouden nu in de private sfeer doorgaan. En daar gelden andere spelregels, andere transparantie-eisen en vaak minder directe verantwoording.
De brede discussie in Den Haag
De kwestie raakt aan een groter debat dat al langer speelt: waar ligt de grens tussen veiligheid en privacy? Hoe voorkom je dat monitoring verandert in structurele burgerbewaking? En welke waarborgen horen daarbij als de uitvoerder geen ministerie is, maar een stichting?
Daarbij speelt nog iets: private partijen schuiven steeds vaker het veiligheidsdomein in, al dan niet met publieke middelen of via samenwerkingen. Dat is niet per definitie fout, maar het vraagt wel om heldere regels, transparantie en een eerlijk debat.
Waarom dit verhaal nu aandacht krijgt
Dat Postma juist nu zoveel mediaruimte krijgt, maakt het onderwerp extra actueel. Als bepaalde onderzoekers of stichtingen een vaste plek krijgen in de duiding van ‘radicalisering’, dan beïnvloeden zij mede wat het publiek als dreiging ziet.
De vraag is dan niet alleen of die analyses kloppen, maar ook hoe ze tot stand komen. Welke data worden gebruikt? Welke aannames liggen eronder? En wie kan er iets tegenin brengen als conclusies eenmaal als ‘expertise’ worden gepresenteerd?
Wat betekent dit voor burgers?
Voor burgers die zich herkennen in rechts-conservatieve standpunten levert dit een ongemakkelijk idee op: dat politieke voorkeur of debatdeelname kan worden gelezen als risico-indicator. Zeker als er onduidelijkheid is over definities, methoden en de route naar correctie.
Voor het bredere publiek is het vooral een principiële vraag: willen we dat monitoringpraktijken verschuiven van democratisch controleerbare instituten naar private organisaties? En zo ja, welke remmen en sloten moeten daar dan bij horen?
Vervolg en oproep
NieuwRechts zegt de ontwikkelingen nauwgezet te blijven volgen en pleit voor meer openheid over zowel overheidshandelen als private partijen die zich bezighouden met monitoring en analyse. Of er politieke vragen volgen, is nog niet duidelijk, maar het onderwerp ligt gevoelig.
Wat vind jij: is dit een logische verschuiving naar ‘modern veiligheidswerk’, of juist een manier om toezicht te omzeilen? Praat mee en laat je mening achter op onze social media—benieuwd hoe jij hiernaar kijkt.












