Wat op het eerste gezicht een intern personeelsconflict lijkt, groeit uit tot een gevoelige kwestie rond invloed, onafhankelijkheid en afspraken met de Nederlandse overheid. De Islamitische Stichting Nederland (ISN), een grote moskeekoepel die gelieerd is aan het Turkse presidium voor godsdienstzaken Diyanet, staat namelijk tegenover een werknemer in een ontslagzaak bij de rechtbank in Den Haag.
Het draait om een vertaalproject van de Koran en de vraag waarom de werknemer precies weg moet. ISN zegt dat het project niet langer past binnen de nieuwe koers van de stichting. De werknemer stelt juist dat er méér speelt en wijst daarbij naar een Turkse diplomaat: Ömer Özgül. Dat meldt GeenStijl, dat de zaak de afgelopen periode nauwgezet volgde.
Een arbeidszaak met politieke bijsmaak
De gevoeligheid zit niet alleen in het ontslag zelf, maar vooral in de context eromheen. Diyanet valt onder verantwoordelijkheid van de Turkse overheid, en ISN wordt al jaren gezien als een belangrijk verlengstuk van die religieuze infrastructuur in Nederland. Dat maakt iedere vraag over beïnvloeding meteen een stuk groter dan ‘gewoon’ een arbeidsconflict.
Bovendien zijn er eerder afspraken gemaakt tussen de Nederlandse regering en ISN: Turkse diplomaten zouden niet in het bestuur van de stichting mogen zitten. In zo’n landschap is elke suggestie van diplomatieke inmenging al snel explosief, ook als het formeel om een adviesrol zou gaan.
Waarom dit nu speelt
Volgens ISN is de reden voor het voorgenomen ontslag inhoudelijk en organisatorisch: de Koranvertaling waar de werknemer aan werkte, zou niet meer passen bij de plannen van de stichting. Daarom zou de vertaalafdeling (of de activiteiten erbinnen) worden afgebouwd of beëindigd, en zou de functie van de werknemer verdwijnen.
De werknemer schetst een heel ander beeld. Hij zegt dat het besluit over zijn baan in werkelijkheid samenhangt met de visie en de voorkeuren van Ömer Özgül. En juist daar schuurt het, omdat de indruk kan ontstaan dat iemand met een diplomatieke positie invloed uitoefent op de koers en personele keuzes van een Nederlandse stichting.
De rol van Özgül volgens de werknemer
Op 2 juli stonden beide partijen tegenover elkaar in de rechtbank. De werknemer verklaarde dat hij denkt dat hij wordt ontslagen omdat Özgül dat wil. Volgens hem was de diplomaat niet tevreden over de kwaliteit of inhoud van de Koranvertaling die hij maakte, en zou dat hebben meegewogen.
In diezelfde lezing komt ook de naam van Abdulwahid van Bommel terug, die volgens de werknemer een adviserende rol zou hebben gehad. Het gaat in deze fase vooral om de vraag wie zich met het project bemoeide, en hoe direct die bemoeienis was.
Een gesprek in het ISN-gebouw
De werknemer vertelde dat hij op 9 oktober 2025 een gesprek had met Özgül in diens werkkamer in het gebouw van ISN. Tijdens dat gesprek zou Özgül kritiek hebben geuit op de vertaling. Ook zou hij hebben gedreigd salarisgegevens in te zien om te controleren hoeveel geld al in het project was gegaan.
Dat detail is belangrijk, omdat het volgens de werknemer zou wijzen op méér dan alleen “vanaf de zijlijn meedenken”. Het gaat dan niet meer om een vrijblijvende mening, maar om druk en controle. ISN bestrijdt dat beeld en houdt vol dat de stichting zelfstandig beslissingen neemt.
De bijeenkomst waarin de vertaalafdeling zou stoppen
Volgens de werknemer kreeg hij op 9 december te horen dat ISN wilde stoppen met de vertaalafdeling. Hij stelt dat Özgül daarbij aanwezig was. Sterker nog: de diplomaat zou aan het hoofd van de tafel hebben gezeten en als eerste hebben gesproken, met de boodschap dat ISN stopt met vertalen.
Als die gang van zaken klopt, voedt dat vanzelf de vraag hoe ‘extern’ die rol dan nog is. Want iemand die een vergadering opent, richting geeft en een besluit aankondigt, oogt niet als een losse adviseur die toevallig even langskomt.
ISN ontkent: “Onafhankelijk”
ISN heeft richting GeenStijl laten weten geen uitspraken te doen over individuele werknemerskwesties, onder meer vanwege privacy. Tegelijk gaf de organisatie wel een algemene boodschap mee: ISN zegt een onafhankelijke organisatie te zijn en dat die onafhankelijkheid geldt voor besluitvorming en omgang met werknemers.
De stichting herkent zich naar eigen zeggen ook niet in het beeld dat uit de vragen van GeenStijl naar voren komt. Met andere woorden: volgens ISN is er geen sprake van diplomatieke sturing, en wordt de beslissing over het vertaalproject intern genomen op basis van beleidskeuzes.
Advocatenbrief en dreiging met kort geding
Na de vragen van GeenStijl volgde een brief van de advocaat van ISN. Daarin stond dat de stichting haar belangen wil laten behartigen en, als het nodig is, een kort geding wil starten. Dat is een snelle rechtsprocedure waarmee je bijvoorbeeld publicatie kunt proberen te stoppen.
De advocaat schreef ook dat GeenStijl mogelijk feitelijk onjuiste informatie zou publiceren, en vroeg om de concepttekst vooraf te delen. Daarbij werd om drie extra dagen voor wederhoor gevraagd, met een harde deadline. GeenStijl besloot uiteindelijk toch te publiceren.
De uitspraak: 27 augustus
De arbeidszaak zelf loopt ondertussen door. De rechtbank zal niet alleen kijken naar het ontslag en de onderbouwing daarvan, maar ook naar de manier waarop het besluit tot stand kwam. In ontslagzaken is de vraag ‘wat is de echte reden’ vaak doorslaggevend.
De rechter doet op 27 augustus uitspraak. Tot die tijd blijven beide verhalen naast elkaar bestaan: een stichting die zegt te reorganiseren, en een werknemer die stelt dat een Turkse diplomaat een grotere rol had dan officieel wordt toegegeven.
Eerdere discussie rond financiering en beïnvloeding
ISN lag eerder al onder een vergrootglas, onder meer door een onderzoeksrapport over discriminatie van moslimjongeren in Nederland. Dat onderzoek bleek mede gefinancierd door de ISN Academie, een onderdeel van ISN. Ook het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid droeg bij aan de financiering.
Het rapport verscheen via het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) en stelde dat moslimdiscriminatie sterk aanwezig is. In het rapport wordt beschreven dat veel moslimjongeren opgroeien in een gepolariseerd debat over islam, migratie en identiteit, met negatieve beeldvorming en discriminatie-ervaringen als terugkerend element.
Subsidies, netwerken en scherpe vragen
Voor het onderzoek werden literatuurstudies en gesprekken met beleidsmakers en 57 moslimjongeren gebruikt. KIS is een samenwerking van het Verwey-Jonker Instituut en Movisie, organisaties die al jaren overheidssubsidies ontvangen. Ook ISN ontving tussen 2016 en 2024 overheidsgeld.
In zo’n web van subsidie, samenwerking en maatschappelijke thema’s worden vragen over onafhankelijkheid extra scherp. Niet omdat onderzoek of dialoog verdacht is, maar omdat transparantie belangrijk wordt zodra buitenlandse staatsstructuren, zoals Diyanet, óók steeds als context meeklinken.
Diyanet en internationale controverse
De internationale rol van Diyanet is vaker onderwerp van discussie geweest. Zo riep het hoofd van Diyanet in september vorig jaar tijdens een conferentie op tot “een wereldwijde jihad met alle middelen vanwege de situatie in Gaza”. Dat soort uitspraken maakt de gevoeligheid rond Diyanet in Europese landen groter.
Opvallend: die uitspraak wordt volgens het artikel niet genoemd in het eerdergenoemde rapport. Voor critici is dat een extra reden om te vragen hoe volledig bepaalde context wordt meegenomen, zeker wanneer organisaties in of rond hetzelfde netwerk financieel of organisatorisch betrokken zijn.
Wat er nu op het spel staat
De kernvraag is uiteindelijk eenvoudig, maar lastig te bewijzen: is dit een normale reorganisatie rond een vertaalproject, of is er (direct of indirect) invloed uitgeoefend door iemand die daar formeel niets over zou moeten besluiten? En als er invloed was: hoe ver reikte die?
Wat de uitkomst ook wordt, deze zaak kan gevolgen hebben voor vertrouwen en toezicht. Niet alleen bij ISN zelf, maar ook in de bredere discussie over buitenlandse beïnvloeding, transparantie bij koepelorganisaties en de manier waarop overheid en maatschappelijke organisaties met elkaar samenwerken.
Praat mee
De komende weken zal duidelijk worden wat de rechter vindt van de ontslaggronden en de rolverdeling rond het vertaalproject. Tot die tijd blijven vooral de vragen hangen over wie aan de knoppen zat, en hoe zichtbaar of onzichtbaar die invloed was.
Wat vind jij: moet er strenger worden toegezien op dit soort constructies, of is het vooral een opgeblazen arbeidsconflict? Laat het weten via onze social media en praat mee in de reacties.
Bron: nieuwrechts.nl












