Je ziet hoe het kabinetsvoorstel om vanaf 2029 geen vergoeding meer te geven voor niet-gecontracteerde zorg diepe sporen trekt. Wie dan kiest voor een arts of zorgverlener zonder contract met de eigen zorgverzekering, betaalt volledig zelf. Daarmee verdwijnt een regeling die jarenlang toegang bood tot alternatieve zorgpaden. Patiëntenorganisaties en zorgaanbieders waarschuwen voor hogere drempels, langere wachttijden en extra druk op reguliere zorg. De gevolgen raken vooral mensen zonder financiële ruimte.

Huidige regeling verdwijnt volledig
Je merkt dat patiënten nu nog zestig tot tachtig procent van de kosten vergoed krijgen bij niet-gecontracteerde zorg. Het resterende bedrag betalen zij zelf of wordt soms gecompenseerd door de aanbieder. Die praktijk stopt volledig wanneer het voorstel doorgaat. Zorgverzekeraars hoeven dan niets meer uit te keren. Daarmee verandert de vrije artsenkeuze ingrijpend. Voor veel patiënten betekent dit dat een vertrouwde zorgverlener onbereikbaar wordt.
Grip en besparing als belangrijkste argumenten
Je hoort dat zorgverzekeraars al jaren aandringen op deze wijziging vanwege gebrek aan controle. Zonder contracten ontbreekt inzicht in volume, kosten en kwaliteit. Gecontracteerde aanbieders werken met plafonds, terwijl andere onbeperkt kunnen declareren. Het kabinet verwacht jaarlijks 150 miljoen euro te besparen. Zorgverzekeraars Nederland stelt: “Het ontbreekt nu aan structureel inzicht in de omvang, kosten en kwaliteit van niet-gecontracteerde zorg. Daardoor verdwijnt er zorggeld zonder dat de premiebetaler erop kan vertrouwen dat zijn geld goed besteed is”.
Zware impact op ggz en wijkverpleging
Je ziet dat vooral de geestelijke gezondheidszorg en wijkverpleging hard worden geraakt. In deze sectoren werken veel aanbieders zonder contract. Ook privéklinieken voor knieoperaties en huidcontroles vallen onder de regeling. Patiënten kiezen deze zorg vaak vanwege kortere wachttijden. In ziekenhuizen lopen wachttijden al hoog op. Zonder vergoeding wordt snelle zorg voor velen onbetaalbaar.
Wachttijden dreigen verder op te lopen
Je merkt dat critici waarschuwen voor een knelpunt in toegankelijkheid. Mensen zonder financiële buffer belanden automatisch op ziekenhuiswachtlijsten. Die zijn volgens betrokkenen al overbelast. Ger Jager van Stichting Handhaving Vrije Artsenkeuze zegt: “Alle mensen die nu gebruikmaken van deze zorg, moeten straks de portemonnee trekken, of wachten tot ze een keer in de reguliere zorg aan de beurt zijn”. Ongelijkheid dreigt toe te nemen.

Zorgaanbieders vrezen sluiting
Je hoort dat gezondheidseconoom Wim Groot van de Universiteit Maastricht verwacht dat verzekeraars meer zorg moeten inkopen. Die verplichting ontbreekt echter in de plannen. Een kliniekdirecteur vertelt al acht jaar vergeefs te onderhandelen. “Bij mij in de regio wachten patiënten maandenlang, veel langer dan de norm. Het ziekenhuis verwijst door naar ons. Maar krijgen wij een contract? Nee”.
Faillissementen en verlies van expertise
Je ziet dat dezelfde directeur waarschuwt voor verlies van personeel en kennis. “Ik heb honderdtwintig man personeel. Daarvan moet ik een groot deel ontslaan. Die verlies je dan voor de zorg.” Een andere kliniek is nog stelliger: “Dan gaan we failliet”. Het risico bestaat dat expertise verdwijnt, terwijl de zorgvraag blijft groeien.
Ziekenhuizen steunen het plan
Je merkt dat ziekenhuizen anders naar de maatregel kijken. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen steunt het voorstel. Voorzitter Ad Melkert zei eerder: “Ze krijgen alsnog een groot deel van de behandelkosten vergoed en hoeven zich niet te houden aan sectorafspraken over toegankelijkheid en betaalbaarheid”. Daarmee verdedigen ziekenhuizen het belang van centrale regie.

Toegankelijkheid en keuzevrijheid onder spanning
Je ziet hoe het voorstel de balans tussen kostenbeheersing en keuzevrijheid op scherp zet. De vrije artsenkeuze wordt beperkt, terwijl wachttijden dreigen te groeien. Voorstanders wijzen op grip en besparing. Tegenstanders vrezen ongelijkheid en zorgmijding. De komende jaren bepalen of het zorgstelsel deze verschuiving kan opvangen zonder toegankelijkheid te verliezen.
