Ze stond jarenlang bekend als de energieke motor van het Nederlandse handbal, iemand die altijd doorging en zelden klaagde. Maar nu Estavana Polman deze maand haar carrière afsluit, komt er ook een ander verhaal naar buiten: dat van de tol die topsport kan eisen.
In haar autobiografie Gewoon Estavana, die ze samen met schrijver Gerben Engelen maakte, geeft de 33-jarige sporter een blik achter de schermen. Niet met goedkope drama, maar met details die bij veel lezers keihard binnenkomen.
Een afscheid dat meer losmaakt dan alleen applaus
Polman is al jaren een van de bekendste Nederlandse handbalsters. Ook buiten het veld werd ze een vertrouwd gezicht, mede doordat ze geregeld aanschuift bij talkshows en omdat ze de partner is van oud-topvoetballer Rafael van der Vaart.
De laatste tijd dook ze onder meer op bij programma’s als Vandaag Inside en De Oranjezondag. Daardoor leerden kijkers haar kennen als direct, nuchter en soms lekker gevat—iemand die niet snel van haar stuk raakt.
Talkshowtafel lonkt, maar haar lichaam vertelt een ander verhaal
Bij Vandaag Inside werd zelfs al hardop gefantaseerd over een toekomst na het handbal. Johan Derksen liet onlangs weten dat hij Polman na haar afscheid graag vaker aan tafel ziet verschijnen.
“Jij zit hier aan tafel en je gaat helemaal nergens anders naartoe,” grapte Derksen toen ze vorige maand te gast was. Het klonk luchtig, maar in het boek wordt duidelijk dat Polmans leven niet alleen uit tv-momenten en sporthoogtepunten bestaat.
Schokkende gezondheidsdetails uit haar autobiografie
In Gewoon Estavana staan onthullingen die veel fans niet achter haar zouden zoeken. Zo blijkt dat haar zicht ernstig beperkt is: ze zou nog maar dertig procent kunnen zien, iets wat haar dagelijks beïnvloedt.
Gerben Engelen vertelt in gesprek met De Weekend dat het opvallend is hoe Polman met zo weinig zicht zo’n hoge sportieve prestatie heeft kunnen leveren. Volgens hem is haar zicht momenteel “stabiel”, maar wel “stabiel slecht”.
Angst voor witte jassen en behandelingen
Wat het extra ingewikkeld maakt: Polman zou grote angst hebben voor medische ingrepen. Engelen zegt dat ze “als de dood” is voor iedereen in een witte jas, en dat behandelingen vaak een enorme mentale drempel vormen.
Zo zouden injectiespuiten voor haar knie telkens weer uitlopen op stress en weerstand. En ook een laserbehandeling—die haar zicht volgens het boek mogelijk met ongeveer veertig procent zou kunnen verbeteren—zou ze tot nu toe hebben vermeden.
Waarom ze die laserbehandeling nog niet deed
De reden is volgens de schrijver vooral pure angst. Het idee dat iemand aan haar ogen komt, zou haar al misselijk maken. “Ze moet er niet aan denken dat iemand in haar ogen gaat peuteren,” aldus Engelen.
Hij vraagt zich hardop af of ze, nu haar sportcarrière stopt, het risico wél durft te nemen. Tegelijk klinkt er ook berusting door: als je al jaren met beperkte zicht leeft, is het misschien ook spannend om dat te veranderen.
Geen dag pijnvrij: “Alsof ik tachtig ben”
Alsof slecht zicht nog niet genoeg is, beschrijft het boek ook hoe zwaar haar lichaam eraan toe is. In Gewoon Estavana staat dat Polman “geen dag pijnvrij is” en dat haar lijf soms voelt “als dat van een tachtigjarige”.
Dat is confronterend, zeker omdat topsport aan de buitenkant soms vooral glans en succes lijkt. Maar achter de schermen is het vaak ijsbaden, tape, hersteltrainingen en doorgaan terwijl je eigenlijk al over je grens zit.
Pijnstillers als ontbijt: paracetamolverslaving
Een van de meest besproken passages gaat over pijnstillers. Volgens Engelen raakte Polman verslaafd aan paracetamol. Hij beschrijft dat ze vroeger bijna dagelijks ontbeet met paracetamol en ibuprofen, om überhaupt op de been te blijven.
Dat woord “ontbijten” met pijnstillers hakt erin, omdat het laat zien hoe normaal pijn voor haar werd. Niet even een pilletje na een wedstrijd, maar structureel gebruik om een sportleven vol belasting vol te houden.
Handbal als keiharde sport, met een hoge prijs
Engelen schetst handbal in het boek als een sport waarin fysieke offers bijna standaard zijn. “Handbal is een keiharde sport, op het veld is het bloed aan de paal,” zegt hij. Het is geen sierlijke sport zonder contact.
Tegelijk denkt hij dat Polman haar opofferingen het waard vindt. Dat maakt het verhaal dubbel: je leest over pijn, angst en afhankelijkheid, maar ook over trots, karakter en de wil om steeds weer terug te komen.
Geschokte reacties in Strikt privé
De onthullingen blijven niet beperkt tot de lezers van het boek. In de podcast Strikt Privé van De Telegraaf reageren journalisten Evert Santegoeds en Jordi Versteegden zichtbaar geschrokken op wat ze lazen.
Santegoeds noemt vooral haar paracetamolverslaving opvallend. Hij wijst erop dat ze altijd pijn heeft na haar intensieve carrière en dat haar zicht nog maar dertig procent zou zijn—twee problemen die samen een hard beeld schetsen.
Zorgen om paracetamol: “Dat kan de verkeerde kant op”
Versteegden reageert bezorgd: een paracetamolverslaving kan volgens hem “echt de verkeerde kant op gaan”. Santegoeds vult aan dat veel mensen de bijsluiter niet goed lezen en dat langdurig gebruik risico’s kan hebben.
De podcastreactie raakt een bredere discussie: hoeveel druk ligt er op topsporters om door te gaan, en hoe makkelijk schuift medicijngebruik dan van ‘helpen’ naar ‘nodig hebben’? Het zijn vragen die na dit boek blijven hangen.
Wat dit betekent voor haar leven na de sport
Nu Polman stopt, komt er ruimte voor herstel—maar ook voor keuzes die ze tijdens haar carrière misschien kon uitstellen. Denk aan behandelingen, rust, en opnieuw leren vertrouwen op een lijf dat jarenlang op wilskracht draaide.
En als ze inderdaad vaker op tv verschijnt, zal het publiek haar waarschijnlijk met andere ogen bekijken. Niet alleen als de vrolijke gast aan tafel, maar als iemand met een verhaal dat laat zien hoe duur succes soms is achter de schermen.
En nu: hoe kijk jij hiernaar?
Het boek maakt één ding duidelijk: topsport is niet alleen winnen, trainen en feestvieren. Het is ook pijn, twijfel en soms gewoontes die langzaam inslijpen. Juist daarom roept dit verhaal zoveel reacties op.
Wat vind jij: is dit de harde realiteit van topsport, of zou er veel eerder moeten worden ingegrepen als iemand zó afhankelijk wordt van pijnstillers? Laat het weten op onze sociale media—we zijn benieuwd naar jouw reactie.
Bron: socialnieuws.nl






