Het klinkt zo vanzelfsprekend: ouders die hun kind af en toe financieel helpen, zeker nu alles duurder lijkt dan een paar jaar geleden. Een bijdrage voor een rijbewijs, een studie of gewoon wat extra lucht op de spaarrekening. Maar precies dat ‘gewone’ helpthema staat ineens in een ander daglicht.

In Den Haag wordt namelijk gekeken naar de regels rond belastingvrij schenken aan kinderen. Die regels bestaan al jaren, maar binnen het ministerie van Financiën groeit de twijfel: werkt deze vrijstelling nog wel eerlijk, of geeft hij vooral mensen met veel vermogen een extra voordeel?
Waar het nu precies om draait
Op dit moment mogen ouders jaarlijks een vast bedrag belastingvrij aan hun kind schenken. Dat geldt niet alleen voor biologische kinderen, maar ook voor pleeg- en stiefkinderen. Zolang je onder die grens blijft, hoeft je kind geen schenkbelasting te betalen.
En daar zit meteen de kern van de discussie: voor veel gezinnen is zo’n jaarlijkse bijdrage een fijne steun. Maar wie het geld heeft om dit jarenlang vol te houden, kan op termijn grote bedragen overhevelen zonder dat de fiscus meedeelt.
De jaarlijkse vrijstelling staat onder druk
In 2025 ligt de jaarlijkse vrijstelling voor een schenking van ouders aan kinderen op 6.908 euro. Schenk je meer, dan kan over het bedrag daarboven belasting verschuldigd zijn. Veel ouders plannen hun steun dan ook slim rond die grens.
Ambtenaren van het ministerie hebben bekeken wie hier in de praktijk vooral van profiteert. Hun conclusie: vooral vermogende gezinnen gebruiken de regeling maximaal, simpelweg omdat zij genoeg spaargeld of beleggingen hebben om elk jaar te blijven schenken.

Waarom vooral rijke gezinnen voordeel hebben
Het voordeel wordt pas echt groot als je het niet één keer doet, maar jaar na jaar. Wie twintig of dertig jaar achter elkaar schenkt, kan ongemerkt tienduizenden tot zelfs tonnen belastingvrij overdragen. Dat is precies wat sommige families doen.
Gezinnen met minder buffer hebben die ruimte vaak niet. Zij moeten hun geld nodig hebben voor de maandlasten of onverwachte kosten. Het gevolg: kinderen uit rijkere families krijgen vaker een financiële ‘voorsprong’, terwijl anderen nauwelijks meeprofiteren.
Welke plannen liggen op tafel
Er wordt daarom gesproken over twee opties: de jaarlijkse vrijstelling flink verlagen of deze zelfs helemaal afschaffen. In dat laatste geval zou (bijna) elke schenking boven een kleine drempel belast kunnen worden, ook als ouders elk jaar hetzelfde bedrag geven.
Een definitief besluit is er nog niet. Het gaat nu om voorstellen en scenario’s. Wel is duidelijk dat de jaarlijkse vrijstelling niet meer als ‘onaantastbaar’ wordt gezien, en dat maakt het voor veel ouders ineens een onderwerp om scherp te volgen.

Wat de overheid ermee wint
Als de vrijstelling wordt beperkt of verdwijnt, levert dat de staat extra geld op. In de ambtelijke berekeningen gaat het om ongeveer 60 miljoen euro per jaar. Dat klinkt veel, maar op de totale begroting is het relatief bescheiden.
Toch telt elk bedrag mee, zeker omdat de overheid continu schuift met lasten: wat je hier niet ophaalt, moet ergens anders vandaan komen. In die afweging komt schenken aan kinderen dus nadrukkelijk in beeld als mogelijke knop om aan te draaien.
De eenmalige hogere vrijstelling blijft voorlopig buiten schot
Naast de jaarlijkse vrijstelling bestaat ook een eenmalige hogere vrijstelling. Ouders mogen hun kind één keer een groter bedrag belastingvrij schenken, momenteel 33.129 euro. Die regeling wordt vaak gebruikt voor een grote stap, zoals een woning of studie.
Voorlopig lijkt de discussie vooral te draaien om het jaarlijkse ‘ritme-schenken’. De eenmalige mogelijkheid wordt minder genoemd als probleem, al kan dat natuurlijk veranderen als het politieke debat breder wordt of als men zoekt naar extra opbrengsten.
En hoe zit het met schenken aan anderen?
Wie geld schenkt aan iemand die niet zijn kind is, krijgt te maken met lagere vrijstellingen. Voor bijvoorbeeld kleinkinderen, broers, zussen of vrienden geldt een jaarlijkse vrijstelling van 2.769 euro. Daarboven kan schenkbelasting gaan spelen.
Het tarief en de regels hangen af van de relatie én de hoogte van de schenking. Dat maakt het systeem voor veel mensen al snel ingewikkeld, zeker als je meerdere kleine schenkingen doet of als er in één jaar extra hulp nodig is.
Wat experts erover zeggen
Hoogleraar overheidsfinanciën Bas Jacobs ziet geen groot probleem in het verdwijnen van de jaarlijkse vrijstelling. Hij vindt dit soort belastingvoordelen lastig te verdedigen, omdat ze de staatskas minder inkomsten opleveren die elders weer moeten worden gecompenseerd.
Volgens Jacobs komt het voordeel bovendien vooral terecht bij mensen die het niet per se nodig hebben. Hij ziet belastingen op erfenissen en schenkingen als minder ‘verstoorbaar’ dan belasting op werken, omdat een ontvanger niet heeft gewerkt voor het geërfde geld.
Kritiek: “Waarom zou dit dubbel belast worden?”
Tegenstanders vinden juist dat het wringt: ouders hebben vaak decennialang gewerkt, belasting betaald en gespaard. Als ze datzelfde geld later aan hun kinderen geven en er opnieuw belasting over moet worden betaald, voelt dat als een tweede heffing op hetzelfde vermogen.
Daarnaast speelt er iets menselijks: veel ouders schenken niet om te ‘optimaliseren’, maar om te helpen. Zeker met dure huur, strenge hypotheekregels en hoge studiekosten kan een jaarlijkse bijdrage net het verschil maken tussen stress en ademruimte.
Een alternatief: een levenslange vrijstelling
Hoogleraar fiscale economie Ruud van den Dool noemt een andere route: een vrijstelling die niet per jaar geldt, maar over je hele leven. Bijvoorbeeld dat je in totaal tot 150.000 euro belastingvrij mag ontvangen via schenkingen en erfenissen samen.

Het idee is simpel: het maakt dan minder uit of ouders vroeg of laat geven, en het jaarlijkse ‘schuiven’ rond grenzen wordt minder interessant. Nadeel is dat het administratief zwaarder kan worden, omdat alles levenslang bijgehouden moet worden.
Schenkbelasting en erfbelasting hangen met elkaar samen
Wat experts vaak benadrukken: schenkbelasting en erfbelasting zijn twee kanten van dezelfde munt. Zonder schenkbelasting kun je vlak voor je overlijden alles weggeven en erfbelasting omzeilen. En zonder erfbelasting kun je juist wachten met schenken.
Daarom wordt in vrijwel elk systeem gekeken naar beide tegelijk. De vraag is vooral waar je de ‘druk’ legt: op werk en inkomen, of op vermogen dat wordt doorgegeven. Politiek gezien is dat een gevoelige keuze, juist omdat het families direct raakt.
Wat dit kan betekenen voor ouders die willen schenken
Wie nu al een meerjarenplan heeft om jaarlijks geld over te maken, doet er verstandig aan om de ontwikkelingen te blijven volgen. Als de regels veranderen, kan dat invloed hebben op timing, bedragen en de manier waarop je steun geeft.
Paniek is niet nodig: er is nog geen definitieve knoop doorgehakt, en een overgangsregeling is ook een mogelijkheid. Maar dat de jaarlijkse vrijstelling onder druk staat, is wel duidelijk. Wat vind jij: eerlijker maken of juist met rust laten? Laat het vooral weten via onze sociale media.
Bron: infovandaag.nl












