Het beeld van stoppen met werken zodra je de AOW-leeftijd bereikt, verschuift zichtbaar. Je ziet dat steeds meer mensen ervoor kiezen actief te blijven op de arbeidsmarkt. Die beslissing komt niet alleen voort uit financiële overwegingen. Werk geeft structuur, sociale contacten en een gevoel van betekenis. Voor veel mensen voelt de AOW-leeftijd daardoor minder als een eindpunt. Het markeert vaker een nieuwe balans tussen vrije tijd, pensioen en betaald werk, afgestemd op persoonlijke wensen en belastbaarheid.

AOW als nieuwe levensfase
Wanneer je de AOW-leeftijd bereikt, begint voor velen een nieuwe levensfase. Doorwerken levert extra inkomen op, maar ondersteunt ook mentale scherpte. Daarnaast blijf je maatschappelijk betrokken en behoud je dagelijkse routines. Tegelijkertijd krijg je te maken met duidelijke fiscale en juridische regels. Die regels hebben invloed op belastingen, premies en toeslagen. Zonder voorbereiding kunnen financiële gevolgen anders uitpakken dan verwacht. Inzicht vooraf voorkomt teleurstellingen en zorgt voor realistische verwachtingen.
Doorwerken zonder gevolgen voor AOW
Als je naast je AOW blijft werken, blijft je AOW-uitkering volledig intact. Het aantal gewerkte uren heeft geen invloed op de hoogte van de uitkering. Je salaris komt bovenop de AOW. Wel verandert het netto-inkomen ten opzichte van de periode vóór de AOW-leeftijd. Dat verschil ontstaat doordat je geen AOW-premie meer betaalt over het loon. Hierdoor kan het besteedbaar inkomen per gewerkt uur hoger uitvallen.
Veranderingen in loon en premies
Het wegvallen van de AOW-premie zorgt vaak voor een hoger netto-uurloon. Daartegenover staat dat je meestal niet meer verzekerd bent voor WW en WIA. Die verzekeringen stoppen bij het bereiken van de AOW-leeftijd. De inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet blijft meestal gelden. De exacte uitkomst verschilt per persoon en inkomen. Daardoor is een persoonlijke berekening belangrijk om verrassingen te voorkomen.
Toeslagen onder druk door extra inkomen
Extra inkomsten uit werk kunnen invloed hebben op toeslagen. Denk aan zorgtoeslag of huurtoeslag. Bij een hoger inkomen kunnen deze toeslagen lager worden of volledig vervallen. Daardoor valt het financiële voordeel soms tegen. Een proefberekening via de Belastingdienst geeft vooraf duidelijkheid. Daarmee voorkom je dat je later moet terugbetalen. Voor veel mensen is die stap essentieel bij de keuze om door te werken.

Belastingheffing bij bijverdiensten
Wanneer je naast de AOW blijft werken, betaal je inkomstenbelasting over het extra loon. Werkgevers houden daarbij vaak geen rekening met je AOW-uitkering. Daardoor wordt soms te weinig belasting ingehouden. Een deel van het inkomen kan in een hogere belastingschijf vallen. Tijdens de jaarlijkse aangifte kan dat leiden tot een forse bijbetaling. Zonder reservering kan dit financieel ongemakkelijk worden.
Voorlopige aanslag biedt rust
Een voorlopige aanslag kan helpen om belastingproblemen te voorkomen. Hiermee betaal je de verschuldigde belasting gespreid over het jaar. Dat geeft overzicht en voorkomt een hoge eindafrekening. Vooral bij hogere bijverdiensten biedt dit rust. Je weet waar je financieel aan toe bent en voorkomt onverwachte betalingen. Voor veel werkende AOW’ers is dit een praktische oplossing.
Loonheffingskorting vraagt zorgvuldigheid
De loonheffingskorting verdient extra aandacht als je werkt naast de AOW. Wanneer deze korting zowel op de AOW-uitkering als op het loon wordt toegepast, ontstaat vrijwel altijd een te hoge korting. Dat leidt later tot een naheffing. In de praktijk is het vaak verstandiger de loonheffingskorting alleen toe te passen op de AOW-uitkering. Daarmee voorkom je financiële tegenvallers.

Arbeidscontract na de AOW-leeftijd
Een arbeidsovereenkomst stopt niet automatisch bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Alleen bij een pensioenbeding eindigt het contract vanzelf. Ontbreekt zo’n bepaling, dan moet de werkgever het dienstverband formeel beëindigen. Voor AOW-gerechtigden gelden versoepelde ontslagregels. Denk aan kortere opzegtermijnen en minder uitgebreide procedures. Dat maakt doorwerken juridisch toegankelijker.
Afwijkende regels voor tijdelijke contracten
Voor werknemers boven de AOW-leeftijd geldt een aangepaste ketenregeling. Werkgevers mogen maximaal zes tijdelijke contracten aanbieden binnen vier jaar. Alleen contracten na de AOW-leeftijd tellen mee. Ontslag na de AOW-leeftijd geeft meestal geen recht op een transitievergoeding. Uitzonderingen zijn mogelijk wanneer cao-afspraken anders bepalen. Die regels maken flexibel doorwerken aantrekkelijk voor werkgevers.
Ziekte en zelfstandig werken
Bij ziekte gelden aangepaste regels voor werkende AOW’ers. Werkgevers zijn sinds 1 juli 2023 verplicht maximaal zes weken loon door te betalen. Deze regeling loopt door tot 2026. Tegelijk geldt een beperkte ontslagbescherming. Voor zelfstandigen gelden andere voorwaarden. Zij betalen belasting over hun winst. Sociale zekerheid wordt niet opgebouwd. Eigen buffers en verzekeringen blijven daarom essentieel.










