In Den Haag is het soms net als in een druk café: iedereen denkt dat de ander wel heeft gehoord wat er is gezegd. Alleen gaat het hier niet om roddels, maar om belastinggeld. En niet om een paar duizend euro, maar om bedragen waarbij je als burger toch even met je ogen knippert.
De afgelopen jaren zijn er bij het ministerie van Economische Zaken subsidies toegekend zonder dat de Tweede én Eerste Kamer steeds op tijd en volledig zijn geïnformeerd. Dat blijkt uit een brief van het ministerie aan de Tweede Kamer. Pas na gedoe rond één opvallend dossier is er breder gekeken, en toen kwam er meer boven water.
Wat er nu precies misging
Het ministerie erkent dat bij zeventien lopende subsidietrajecten de informatieplicht richting het parlement niet goed is nageleefd. In totaal gaat het om ruim 200 miljoen euro. Die subsidies hadden vooraf gemeld moeten worden, zodat Kamerleden kunnen controleren wat er gebeurt.
Soms kregen beide Kamers de informatie niet (of pas te laat). In andere gevallen werd alleen de Eerste Kamer niet vooraf ingelicht. De details verschillen per traject, maar de uitkomst is steeds hetzelfde: parlementaire controle kwam pas achteraf op gang.
Het begon bij één stichting, en toen ging het rollen
De bal ging aan het rollen na onderzoek van Nieuwsuur naar digitaliseringsplatform ECP, een stichting die jarenlang miljoenen aan subsidie ontving. Op papier klinkt dat als een logisch verhaal: digitalisering is belangrijk, dus steun je kennisplatforms.
Maar er zat een politieke en bestuurlijke adder onder het gras: beide Kamers bleken vooraf niet goed te zijn geïnformeerd. En later kwam naar buiten dat een deel van het subsidiegeld terechtkwam bij LunaVia, een bedrijf waarvan ECP-directeuren mede-eigenaar zijn.
De schijn van belangenverstrengeling
Deskundigen spraken tegenover Nieuwsuur van belangenverstrengeling, of op zijn minst de schijn daarvan. En die schijn is in subsidie-land al snel giftig: als het niet transparant is, ontstaat het gevoel dat er met voorkeursroutes wordt gewerkt.
Juist daarom bestaat die informatieplicht ook. Niet omdat Kamerleden graag stapels papier lezen, maar omdat je bij geld dat naar één specifieke partij gaat wil kunnen checken: waarom juist zij, en wie kon er nog meer meedoen?
Wat zijn maatwerksubsidies eigenlijk?
De zeventien gevallen gaan om zogeheten maatwerksubsidies. Dat zijn subsidies die niet via een open regeling lopen waarvoor iedereen zich kan inschrijven, maar die gericht aan één organisatie worden gegeven.
Dat is soms verdedigbaar—denk aan unieke expertise of een specifieke taak—maar het vraagt juist om extra controle. Een open regeling kun je nog goed vergelijken, maar maatwerk vraagt om uitleg: waarom is dit eerlijk en nodig?
“Incidenteel karakter” dat elk jaar terugkomt
Hoogleraar bestuursrecht Jacobine van den Brink zette in Nieuwsuur vraagtekens bij de term “maatwerksubsidie met een incidenteel karakter”. Want wat is er nog incidenteel als iets jaar na jaar ongeveer op dezelfde manier wordt gesubsidieerd?
Volgens haar is het uitgangspunt simpel: subsidies moeten democratisch gelegitimeerd zijn. De Tweede Kamer hoort dus vooraf te kunnen meepraten en controleren. Als je dit ‘onder de tafel’ regelt, verdwijnt zicht en kunnen anderen niet eens weten dat ze hadden kunnen meedingen.
Van festival tot kennisplatform: wie staan erop?
Op de lijst van Economische Zaken staan uiteenlopende organisaties. Zo kreeg Stichting Springtij Festival Terschelling subsidie voor de jaarlijkse organisatie van het Springtij Forum, een bijeenkomst waar duurzaamheid en innovatie vaak centraal staan.
Ook Stichting Sustainable Industry Lab ontving geld, onder meer voor onderzoek, maatschappelijke dialoog, workshops en een tentoonstelling over verduurzaming van de industrie. Daarnaast duiken er namen op die vooral in beleidskringen bekend zijn.
Een mix van debat, onderzoek en ondernemerschap
Stichting ESB staat in het overzicht met subsidie voor een economisch debatplatform. TNO ontving geld voor CATO, een platform dat zich richt op onderzoek en kennisdeling rond CO2-afvang en -opslag.
Verder worden ook Stichting NL Groeit, Stichting MKB-financiering en Stichting Finankeur genoemd. Op zichzelf zijn het geen ‘rare’ thema’s, maar de vraag is: waarom werd het parlement niet netjes aan de voorkant meegenomen?
De grootste geldstroom: SCAN
Met afstand de grootste post is het SCAN-programma. Dat programma—uitgevoerd door Energie Beheer Nederland samen met TNO en andere partijen—onderzoekt waar de Nederlandse ondergrond geschikt is voor aardwarmte.
Dit traject loopt op tot ongeveer 170 miljoen euro. De Tweede Kamer werd hierover wél geïnformeerd, maar de Eerste Kamer niet vooraf. En juist dat detail maakt duidelijk: het gaat niet om één simpele fout, maar om gaten in het proces.
Waarom dit meer is dan een administratieve misser
Als geldstromen pas achteraf zichtbaar worden, kun je als parlement nauwelijks sturen of bijsturen. Dan wordt controle een soort terugkijkspiegelpolitiek: je ziet pas wat er is gebeurd nadat het geld al lang onderweg is.
Dat raakt aan vertrouwen. Niet alleen tussen Kamer en ministerie, maar ook bij burgers en organisaties die misschien óók in aanmerking hadden kunnen komen. Transparantie is niet sexy, maar het is wel de basis voor draagvlak.
De Kamer reageert: “breder patroon”
In de Tweede Kamer is de irritatie merkbaar. PRO-Kamerlid Tom van der Lee spreekt over meer dan één losse fout en ziet een patroon. Kleine subsidies kunnen optellen tot grote bedragen, en dan wordt slordigheid snel een serieus probleem.
Hij noemde het tegenover Nieuwsuur “zeer onzorgvuldig” en waarschuwde dat slechte informatievoorziening het maatschappelijk draagvlak ondermijnt. Want als het niet transparant is, denken mensen al gauw dat er vriendjespolitiek speelt.
BBB wil opheldering, JA21 spreekt van “netwerksubsidies”
BBB-Kamerlid Henk Vermeer wil opheldering van de minister en vraagt ook hoe het zit met subsidies in 2025. Zijn conclusie is helder: het systeem is in elk geval niet goed ingericht als dit zo vaak misgaat.
JA21-Kamerlid Annabel Nanninga gaat een stap verder en zet een scherpere term neer. Zij vreest dat het niet alleen maatwerk is, maar dat gesloten netwerken meespreken. “Maatwerksubsidies? Ik zie het meer als netwerksubsidies.”
Het ministerie belooft beterschap, maar dat is niet genoeg
Economische Zaken stelt dat de werkwijze inmiddels is verbeterd en dat het aanscherpen van de processen “de hoogste prioriteit” heeft. In gewone mensentaal: ze zeggen dat ze het nu beter hebben geregeld.
Maar Kamerleden nemen daar geen genoegen mee. Nanninga wijst erop dat de wettelijke informatieplicht al lang bestaat en dat ambtenaren al taken en procesbeschrijvingen hebben. De vraag is dus: wat verandert er concreet, en wanneer?
Wat dit nu betekent
De komende tijd zal duidelijk moeten worden hoe het ministerie deze lacunes gaat dichten en hoe de Kamer de controle terugpakt. Zeker bij maatwerksubsidies is het cruciaal dat vooraf helder is wat de afweging is en wie er profiteert.
En minstens zo belangrijk: of er nog meer trajecten zijn waarbij de informatieplicht niet goed is nageleefd. Herstel van vertrouwen vraagt vooral om openheid: niet pas reageren als er een uitzending of ophef is, maar structureel transparant zijn.
Praat mee
De discussie over subsidies gaat al lang niet meer alleen over regels en formulieren, maar over hoe je eerlijk en zichtbaar omgaat met publiek geld. Zeker als het om honderden miljoenen gaat, wil je dat niemand zich buitengesloten voelt.
Wat vind jij: zijn dit vooral slordigheden, of wijst dit op een cultuur waarin ‘bekenden’ makkelijker geld krijgen? Laat het ons weten en deel je mening via onze sociale media—reageren mag, graag zelfs.
Bron: nieuwrechts.nl








