Terwijl Den Haag zich opmaakt voor het zomerreces, woedt er achter de schermen nog een stevig gevecht over een onderwerp waar opvallend veel mensen een mening over hebben: de belasting op vermogen. Het kabinet wil een nieuwe box 3-wet doordrukken, maar in de Eerste Kamer klinkt fel verzet en de uitkomst is allesbehalve zeker.
De inzet is groot. Het huidige systeem voor belasting op spaargeld en beleggingen ligt al jaren onder vuur, mede door rechtszaken en kritiek dat de overheid te vaak rekent met aannames in plaats van met de werkelijkheid. Toch is ook het alternatief dat nu op tafel ligt omstreden, juist omdat het de “werkelijkheid” anders uitlegt dan veel beleggers en partijen verwachten.

Waarom box 3 opnieuw op de schop moet
Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting waarin spaargeld, beleggingen en ander vermogen worden belast. Jarenlang werkte de fiscus met een systeem waarbij niet het echte rendement werd belast, maar een verondersteld rendement. Dat botste met de werkelijkheid, zeker toen spaarrentes extreem laag waren.
Na stevige juridische tikken en maatschappelijke druk besloot de politiek: het moet anders. Het kabinet werkt daarom aan een nieuw stelsel dat dichter bij het werkelijke rendement moet komen. Alleen: wat “werkelijk” is, blijkt ineens een discussie op zichzelf.
De kern van de ruzie: belasting op papieren winst
Het plan dat nu in de Eerste Kamer ligt, maakt het mogelijk om belasting te heffen over waardestijgingen van aandelen en andere beleggingen, ook als die winst nog niet is verzilverd. Met andere woorden: je portefeuille wordt meer waard, en de Belastingdienst wil alvast meedelen.
Voor veel critici voelt dat alsof je wordt afgerekend op geld dat je nog niet hebt. Want zolang je niet verkoopt, staat die winst niet op je bankrekening. In een krap jaar kan dat betekenen dat je belasting moet betalen door beleggingen te verkopen of door het uit ander inkomen te halen.
Eerenberg zet alles op alles in de slotfase
Staatssecretaris Eelco Eerenberg (Financiën) probeert de senaat op het laatste moment alsnog te overtuigen. Hij vindt het “onverstandig” als de Eerste Kamer het voorstel nu al afschiet. Volgens hem is het nieuwe stelsel niet perfect, maar wel nodig om vooruit te komen.
Zijn boodschap is duidelijk: eerst invoeren, daarna verbeteren. Eerenberg spreekt over een aanpak “stap voor stap”. Daarmee vraagt hij senatoren om de wet niet te blokkeren, maar ruimte te geven voor reparaties die later kunnen worden aangebracht.
Een wankele meerderheid en twijfels bij het CDA
Hoewel er jarenlang aan het voorstel is gewerkt, is het allerminst zeker dat het de eindstreep haalt. De Eerste Kamer behandelt de wet eind deze maand en het politieke rekenwerk ziet er gespannen uit. De meerderheid wankelt, vooral door twijfel bij het CDA.
Ook 50PLUS, BBB en JA21 zijn kritisch. Zij vrezen dat het systeem beleggers laat betalen over winst die alleen op papier bestaat. Juist in de senaat, waar wetten vaak extra streng worden getoetst op uitvoerbaarheid en rechtvaardigheid, kan dat zwaar wegen.
Van Rooijen: “de wereld op zijn kop”
50PLUS-senator Martin van Rooijen is een van de felste tegenstanders. Hij stelt dat het begrip “werkelijk rendement” verkeerd wordt gebruikt. In zijn ogen is het eerlijker om pas te belasten als de vermogensgroei echt wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop.
Volgens Van Rooijen draait het voorstel dat principe om: waardestijgingen worden belast zonder dat iemand de winst heeft geïncasseerd. Dat noemt hij “de wereld op zijn kop”. In zijn kritiek klinkt ook een waarschuwing door: dit kan mensen dwingen om tegen hun wil te verkopen.
Wat dit voor beleggers in de praktijk kan betekenen
In een goed beursjaar kan de belastingdruk hoger uitvallen, zelfs als iemand zijn beleggingen niet aanraakt. Dat voelt voor tegenstanders niet alleen onrechtvaardig, maar ook onpraktisch: je kunt immers geen belasting over koerswinst betalen met koerswinst, zolang je die niet omzet in cash.
Daar staat tegenover dat voorstanders wijzen op gelijkheid: wie rendement maakt, zou daar belasting over moeten betalen, ook als het (nog) niet is uitgekeerd. Maar de vraag is of de politiek dit kan verkopen aan een publiek dat vooral “cash is cash” als uitgangspunt hanteert.
De “menukaart” met reparaties: uitstel in plaats van afstel
Om de scherpe randen van het voorstel af te halen, komt Eerenberg met een pakket mogelijke aanpassingen. Hij noemt het een “menukaart”: opties waarover in de zomer verder kan worden gesproken. De voorstellen worden naar de Tweede Kamer gestuurd, met het idee dat er later verbeteringen volgen.
Een belangrijk punt op die lijst gaat over verliesjaren. Critici willen dat beleggers na een slecht beursjaar sneller en eenvoudiger verlies kunnen verrekenen, zodat zij niet lang hoeven te wachten op compensatie. Op Prinsjesdag zou er een definitiever plan moeten liggen.
Politieke druk: de Eerste Kamer moet nu beslissen, maar met beloftes
De strategie van het kabinet legt de Eerste Kamer voor een lastige keuze: nu instemmen met een wet die nog niet “af” voelt, in de hoop dat er later reparaties komen. Voor sommige senatoren is dat precies het probleem: zij willen wetten toetsen zoals ze vandaag zijn, niet zoals ze misschien worden.
Toch is er ook een praktische kant. Als de wet nu sneuvelt, kan dat zorgen voor vertraging, nieuwe onzekerheid en weer een periode van lapwerk. Precies dat wil het kabinet voorkomen, omdat box 3 al jaren één van de meest beladen dossiers is op financieel gebied.
Brussel kijkt mee: dreigende vlucht naar de bv
Alsof de binnenlandse discussie nog niet ingewikkeld genoeg is, komt er ook druk uit Europa. De Europese Commissie werkt aan plannen om beleggen via bedrijven aantrekkelijker te maken. Fiscale experts waarschuwen dat vermogenden dan sneller hun beleggingen in een bv kunnen onderbrengen.
Dat kan het speelveld veranderen. Als beleggen in een bv fiscaal gunstiger wordt dan privébeleggen in box 3, kunnen grotere vermogens relatief eenvoudig schuiven. Voor de overheid betekent dat mogelijk minder opbrengst en nog meer discussie over wie uiteindelijk de rekening betaalt.
De komende weken worden beslissend
De senaatsbehandeling eind deze maand wordt daarmee een spannend moment. Niet alleen voor beleggers en spaarders, maar ook voor het kabinet zelf: een nederlaag in de Eerste Kamer is politiek pijnlijk en zou het hele box 3-dossier opnieuw openbreken.
De vraag is of de beloofde verbeteringen genoeg zijn om twijfelende partijen over de streep te trekken, of dat het principebezwaar tegen belasting op papieren winst zwaarder weegt. Wat vind jij: moet de fiscus pas heffen bij verkoop, of mag dat al bij waardestijging? Laat je reactie achter op onze sociale media.
Bron: nieuwrechts.nl












