De Tweede Kamer is opnieuw in de ban van een coronadiscussie, dit keer over een medicijn dat volgens betrokkenen mogelijk levens had kunnen redden, maar tijdens de pandemie nooit echt een eerlijke kans kreeg. In de politiek klinkt de vraag steeds harder: als er signalen waren, waarom is er dan zo weinig mee gedaan?

Waar de ophef over gaat
Het draait om lidocaïne, een middel dat al decennia bestaat en vooral bekend is als plaatselijke verdoving of als medicijn bij bepaalde hartritmestoornissen. Tijdens de coronajaren dook het ook op als mogelijke behandeling voor ernstig zieke covid-patiënten, maar volgens critici is dat spoor nooit serieus uitgezocht.
Forum voor Democratie-Kamerlid Pepijn van Houwelingen stelde hierover Kamervragen, omdat hij wil weten of een potentieel bruikbaar middel bewust is afgeremd. Zijn achterliggende zorg: dat de focus destijds vooral op vaccinatie lag, waardoor andere behandelopties minder ruimte kregen.
Aanleiding: uitspraken in De nieuwe wereld
De vragen komen niet uit het niets. In een uitzending van De Nieuwe Wereld vertelde ondernemer Ruud Koornstra dat hij in de coronaperiode met hoogleraren sprak over lidocaïne als mogelijke behandeling. Volgens hem zijn die gesprekken niet alleen in medische kring gevoerd, maar zelfs op het hoogste politieke niveau.
Koornstra suggereert dat ideeën over lidocaïne “bij het Torentje” zijn beland. Dat maakt het verhaal extra gevoelig: als zulke signalen werkelijk op het bureau van de premier terechtkwamen, wil de Kamer weten wat ermee is gebeurd — en waarom het stil bleef.
Minister bevestigt bezoeken, maar niet de inhoud
Minister van Volksgezondheid Jan Anthonie Bruijn (inmiddels aftredend) bevestigt dat Koornstra inderdaad twee keer bij toenmalig premier Mark Rutte is langsgegaan: op 25 oktober 2021 en op 4 april 2022. Alleen al dat feit is opvallend, want dit is geen standaard overleg via een officiële advieslijn.
Maar over de inhoud blijft het leeg. De minister zegt dat niet bekend is wat er is besproken, omdat er geen verslagen zouden zijn gemaakt. Volgens hem was er ook geen ambtelijke voorbereiding of terugkoppeling, wat betekent dat er simpelweg geen dossier is om op terug te vallen.
De ‘blokkade’-suggestie en de politieke frustratie
In dezelfde uitzending komt ook een zwaardere claim langs: voormalig DSM-topman Feike Sijbesma zou hebben gezegd dat hoopgevende medicijnen bewust werden tegengehouden, zodat vaccinatie centraal kon blijven staan. Van Houwelingen vroeg de minister om dit na te gaan en de Kamer te informeren over wat er wél en niet klopt.
Bruijn veegt dat verzoek van tafel. Hij noemt het volgens de berichtgeving “geen zinvolle exercitie” om dit uit te zoeken en stelt dat er geen sprake is geweest van het onderdrukken van geneesmiddelen. Daarmee blijft het bij een ontkenning, zonder dat er zichtbaar is nagegaan wat er achter die uitspraak zit.
Welke middelen zijn wél bekeken tijdens corona
In zijn beantwoording herhaalt de minister dat er tijdens de pandemie naar meerdere middelen is gekeken, waaronder ivermectine, hydroxychloroquine en ook lidocaïne. De kern van zijn betoog is bekend: zonder stevig bewijs van effectiviteit kun je een behandeling niet breed adviseren, zeker niet in een crisissituatie.
Die redenering klinkt logisch, maar precies daar zit voor critici de pijn. Niet iedereen vraagt om ‘zomaar proberen’, maar wel om het tempo en de bereidheid om snel degelijk onderzoek op te tuigen. Op die kritiek gaat de minister niet inhoudelijk in, en er komt ook geen extra onderzoek naar besluitvorming achter de schermen.
De afwijzingsbrief blijft buiten de Kamerstukken
Koornstra zegt bovendien dat hij een brief kreeg waarin het ministerie lidocaïne ongeschikt noemde voor de behandeling van corona. Van Houwelingen vroeg of die brief naar de Kamer gestuurd kan worden, zodat Kamerleden zelf kunnen lezen wat er precies is vastgesteld en op basis waarvan.
Ook daar zegt de minister nee op. Kamerleden kunnen volgens hem zelf contact opnemen met Koornstra om de brief te krijgen. Daarmee blijft een potentieel relevant document buiten de officiële stukken, terwijl juist transparantie hier de kern van de politieke onrust is.
Het Gommers-citaat dat blijft hangen
Een ander gevoelig detail is een uitspraak die aan ic-arts Diederik Gommers wordt toegeschreven. Koornstra stelt dat Gommers na de afwijzing zou hebben gezegd: “Het zou best eens kunnen werken, maar we volgen nu een narratief.” Van Houwelingen vroeg of de minister wilde checken of dit citaat klopt.
Ook deze vraag wordt niet door het ministerie onderzocht; opnieuw wordt verwezen naar direct contact met betrokkenen. Gommers zelf laat weten geen vragen te beantwoorden vanwege de lopende parlementaire corona-enquête. Het gevolg: het citaat blijft rondzingen, zonder heldere bevestiging of ontkenning.
Ironie: lidocaïne duikt nu op bij long-covid
Wat de zaak extra pikant maakt: de minister erkent wél dat lidocaïne inmiddels met succes wordt gebruikt bij de behandeling van long-covid. Hij verwijst naar een observationele studie van het Amsterdam UMC, waarbij onderzoekers naar praktijkuitkomsten keken zonder deelnemers willekeurig in groepen te verdelen.
Zorgverzekeraars zouden nu bekijken of en hoe deze behandeling vergoed kan worden. Ondertussen werken onderzoekers aan een gerandomiseerde, dubbelblinde vervolgstudie — de methode waarbij loting bepaalt wie het middel krijgt en niemand tijdens het onderzoek weet wie wat ontvangt, zodat je betrouwbaarder kunt meten.
Kan het ook helpen bij acute covid?
Een logische vervolgvraag is of lidocaïne, als het mogelijk klachten bij long-covid vermindert, ook iets kan betekenen bij acute covid, bijvoorbeeld bij ernstige ziektebeelden op de ic. Dat is geen één-op-één verband, maar het is ook niet meteen onzinnig om die route te verkennen.
Toch wil de minister zich daar niet aan branden. Op vragen over de medische logica of de mogelijke samenhang blijft het antwoord in de categorie: dit is aan medisch specialisten. Daardoor blijft een belangrijk middenstuk leeg: geen reflectie op het beleid van toen en geen routekaart voor wat nu de volgende stap zou moeten zijn.
Waarom dit vooral over vertrouwen en transparantie gaat
Los van de vraag of lidocaïne wel of niet werkt tegen covid, legt deze kwestie een bestuurlijk probleem bloot. Als er gesprekken op hoog niveau plaatsvinden zonder verslag, zonder voorbereiding en zonder terugkoppeling, is het achteraf bijna onmogelijk om te reconstrueren wat er echt is afgewogen.
En precies dat is funest voor vertrouwen. In een crisis willen mensen niet alleen uitkomsten, maar ook inzicht in het proces: welke opties lagen op tafel, wie woog wat, en waarom viel de keuze niet op een bepaalde route? Het lidocaïne-debat laat zien dat die openheid niet vanzelf komt.
Wat we nu kunnen verwachten
Voorlopig wijst niets erop dat het ministerie alsnog documenten gaat publiceren of extra onderzoek doet naar de vermeende tegenwerking. Tegelijk gaat het wetenschappelijke traject rond lidocaïne bij long-covid wel door, en dat kan de discussie over de coronajaren opnieuw aanwakkeren.
Als vervolgstudies overtuigender uitpakken, komt automatisch de vraag terug: had dit eerder gemoeten, of ging het destijds terecht niet door vanwege te weinig bewijs? Wat vind jij: had de minister meer moeten uitzoeken en stukken moeten delen? Laat het ons weten via onze sociale media.










