Wie de afgelopen maanden met de auto naar het werk rijdt, voelt het waarschijnlijk zonder rekenmachine: elke tankbeurt tikt harder aan. En precies op het moment dat veel mensen hoopten op een kleine meevaller via de reiskostenvergoeding, blijft die opluchting voor velen uit.

Er was namelijk een duidelijke boodschap vanuit Den Haag: werkgevers mogen maximaal 25 cent per kilometer onbelast vergoeden. Dat klonk als iets wat je meteen terug zou zien op je loonstrook. Alleen: bij de meeste werknemers is er nog steeds weinig veranderd.
Wat er werd beloofd en waarom dat hoop gaf
De regeling om tot 25 cent per kilometer belastingvrij te vergoeden, moest werknemers wat lucht geven nu autorijden duurder is geworden. Zeker voor mensen die elke dag op en neer rijden, kan dat op jaarbasis flink schelen.
Extra opvallend: het plan zou met terugwerkende kracht ingaan vanaf 1 januari. Dat gaf de indruk dat werkgevers snel zouden bijstellen en dat werknemers niet maandenlang zouden hoeven wachten op effect.
De praktijk op de werkvloer ziet er anders uit
Nieuw onderzoek onder een grote groep werknemers laat echter een ontnuchterend beeld zien. Slechts een klein deel merkt daadwerkelijk dat de reiskostenvergoeding omhoog is gegaan, terwijl velen op die verhoging rekenden.
Volgens de resultaten ziet ongeveer vijf procent van de werknemers een hogere vergoeding terug. Voor de rest blijft het bij het oude bedrag, ondanks de ruimere fiscale ruimte die er nu officieel wel is.
Waarom die 25 cent voor veel mensen een papieren voordeel blijft
De belangrijkste oorzaak is simpel, maar frustrerend: werkgevers móéten niets. De overheid heeft de maximale onbelaste vergoeding verhoogd, maar bedrijven zijn niet verplicht om die ook daadwerkelijk te betalen.

Daardoor ontstaat een lappendeken. In de ene sector wordt de vergoeding verhoogd of indexeert men mee, terwijl andere werkgevers vasthouden aan oude afspraken, vaak omdat budgetten krap zijn of cao’s achterlopen.
Autorijden wordt niet alleen duurder door benzine
Wie denkt dat de pijn vooral aan de pomp zit, heeft maar half gelijk. Ook autoverzekeringen, onderhoud, parkeerkosten en wegenbelasting zijn de afgelopen tijd vaker omhoog gegaan. Alles bij elkaar wordt woon-werkverkeer een serieuze maandpost.
Vooral mensen buiten de grote steden merken dat extra. Het ov is niet overal een realistisch alternatief en thuiswerken kan lang niet in elke baan. Dan blijft de auto geen keuze, maar noodzaak.
Vakbond CNV waarschuwt voor groeiende druk op huishoudens
Vakbond CNV noemt de uitkomsten zorgelijk. Volgens de bond leunen veel werknemers op een fatsoenlijke reiskostenvergoeding om de stijgende kosten te kunnen blijven dragen, zeker nu onzekerheid over brandstofprijzen blijft bestaan.
Als de dagelijkse rit naar het werk steeds duurder wordt zonder compensatie, kan dat huishoudens in de knel brengen. En juist mensen met minder flexibiliteit in werktijden of locatie krijgen dan de hardste klappen.
Brandstofprijzen kunnen opnieuw stijgen
Daar komt bij dat sommige experts verwachten dat de brandstofprijzen deze zomer opnieuw kunnen oplopen als spanningen op de energiemarkt aanhouden. Prognoses lopen uiteen, maar een stijging van meerdere centen per liter wordt niet uitgesloten.
Voor iemand die veel kilometers maakt, loopt dat sneller op dan je denkt. Een paar cent extra per liter vertaalt zich al snel naar tientallen euro’s per maand, en op jaarbasis naar honderden euro’s extra.
Politieke discussie: verwachtingen gewekt, maar weinig resultaat
De kwestie schuurt ook politiek. Critici vinden dat er verwachtingen zijn gecreëerd zonder te regelen dat werknemers er echt iets van merken. Het voelt voor veel mensen alsof er iets is beloofd dat in de praktijk niet landt.
Tegelijk wijzen voorstanders erop dat de overheid niet zomaar kan voorschrijven wat werkgevers moeten vergoeden. Die spanning zorgt ervoor dat de regeling bestaat, maar dat het effect vooral afhangt van werkgevers en cao-afspraken.
De auto blijft onmisbaar, juist voor praktische beroepen
Voor veel werknemers is de auto onmisbaar omdat hun werkplek simpelweg lastig bereikbaar is met het openbaar vervoer. Denk aan bouwplaatsen, industrieterreinen, zorglocaties of bedrijven op plekken waar bussen en treinen beperkt rijden.
Daar wringt het: precies de mensen die het minst kunnen uitwijken, voelen de kosten het hardst. Als vergoedingen achterblijven terwijl uitgaven stijgen, wordt woon-werkverkeer voor sommigen bijna een luxe in plaats van een basis.
Wat je nu kunt doen en waar het naartoe kan gaan
Voor werknemers die niets terugzien op de loonstrook, blijft het vaak bij één route: het gesprek aangaan op het werk. Soms is er ruimte binnen beleid of cao, soms wordt er pas later aangepast, bijvoorbeeld bij nieuwe afspraken of indexering.
Voor de komende maanden blijft het afwachten of meer werkgevers de fiscale ruimte alsnog benutten. Ondertussen kijken veel automobilisten met een schuin oog naar de brandstofprijsborden. Wat merk jij ervan—praat mee op onze sociale media en laat je reactie achter.
Bron: trendyvandaag.nl












