Voor veel automobilisten volstaat een kort moment van onoplettendheid, een vluchtige blik op het dashboard of een fractie van een seconde te laat remmen, om weken later een onaangename verrassing op de mat te vinden.

De envelop van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) die dan op de deurmat ploft, is een herkenbaar fenomeen voor miljoenen Nederlanders.
Jaarlijks worden talloze verkeersdeelnemers geconfronteerd met een boete, maar het zijn niet alleen de beruchte hardrijders die met tientallen kilometers per uur te snel de meeste inkomsten voor de schatkist genereren. Velen verwachten dat juist forse snelheidsovertredingen de grootste hap uit het aantal boetes nemen, maar de praktijk blijkt opvallend anders.
Vooral kleine overschrijdingen dragen in hoge mate bij aan de totale boeteopbrengsten.
Boete voor 4 kilometer per uur te hard binnen de bebouwde kom
Uit de meest recente jaarcijfers over 2025 blijkt dat één specifieke snelheidsovertreding, die relatief gering lijkt, opnieuw een enorme impact had: het rijden van 4 kilometer per uur te hard – na correctie – binnen de bebouwde kom.
Maar liefst 417.244 automobilisten kregen hiervoor een boete opgelegd. Dit maakte het voor het tweede jaar op rij de meest uitgeschreven afzonderlijke verkeersovertreding van Nederland.
Ter vergelijking: in 2024 ging het nog om 463.051 boetes voor dezelfde overtreding. Hoewel het aantal dus licht is gedaald, is het absolute aantal nog altijd indrukwekkend hoog. Het boetebedrag voor deze overtreding bedroeg in 2025 precies 36 euro, exclusief administratiekosten.
Bij elkaar opgeteld komt dat neer op ruim 15 miljoen euro die de staatskas in theorie rijker werd dankzij deze ene overtredingscategorie. Deze opbrengst is gebaseerd op het aantal opgelegde boetes, niet het daadwerkelijk ontvangen bedrag.
Verreweg de meeste boetes binnen de bebouwde kom
Opmerkelijk is dat niet zware snelheidsovertredingen op snelwegen, maar juist deze relatief geringe overschrijding binnen de bebouwde kom het vaakst wordt beboet. Ook snelheidsovertredingen van 5 en 6 kilometer per uur kwamen veelvuldig voor.
In 2025 werden er voor 5 kilometer per uur te hard binnen de bebouwde kom 311.033 boetes uitgeschreven, terwijl voor 6 kilometer per uur te snel 236.913 boetes werden opgelegd.
Met een boetetarief van 45 euro voor 5 kilometer per uur te hard rijden betekende deze overtreding alleen al bijna 14 miljoen euro aan opgelegde bedragen, exclusief administratiekosten. De cijfers maken duidelijk dat vooral kleine verschillen tussen de toegestane en daadwerkelijke snelheid bijzonder vaak tot een boete leiden.
Patroon herhaalt zich op de snelweg
Ook op de autosnelwegen is een vergelijkbaar patroon zichtbaar. In 2025 werd het overschrijden van de maximumsnelheid met 4 kilometer per uur op de snelweg 326.731 keer geregistreerd. In 2024 lag dat aantal met 324.258 nauwelijks lager.
Voor deze overtreding bedroeg het boetetarief 27 euro, opnieuw exclusief administratiekosten. Dit leverde bij elkaar opgeteld een berekend boetebedrag van ruim 8,8 miljoen euro op.
De cijfers laten zien dat het vooral de massale uitgifte van boetes voor kleine snelheidsovertredingen is, die jaarlijks miljoenen euro’s aan opgelegde bedragen genereert.
Hoe werkt de meetcorrectie?
Het grote aantal boetes voor relatief kleine snelheidsovertredingen roept bij velen de vraag op of men daadwerkelijk beboet kan worden voor slechts vier kilometer per uur te snel rijden. Toch is de situatie genuanceerder. Bij het vaststellen van snelheidsovertredingen wordt namelijk standaard een meetcorrectie toegepast.
Tot en met 100 kilometer per uur wordt altijd 3 kilometer per uur van de gemeten snelheid afgetrokken, om rekening te houden met eventuele onnauwkeurigheden van de meetapparatuur. Bij hogere snelheden geldt een procentuele correctie.
Pas na deze correctie wordt de officiële snelheidsovertreding vastgesteld en op de beschikking vermeld. Wanneer iemand volgens de beschikking na correctie 4 kilometer per uur te snel reed bij een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, betekent dit dat de gemeten snelheid minimaal 57 kilometer per uur bedroeg.
Hiermee wordt voorkomen dat kleine afwijkingen in de meting leiden tot onterechte boetes. Ook verschillen tussen de werkelijke snelheid en de snelheid op de kilometerteller van de auto worden hiermee deels gecompenseerd.
Boetes dalen, maar tarieven stijgen verder
Ondanks het enorme aantal boetes voor kleine snelheidsovertredingen, is het totaal aantal verkeersboetes in 2025 opnieuw gedaald ten opzichte van het jaar ervoor. Het aantal Wahv-beschikkingen (boetes op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften) daalde van 7.913.692 in 2024 naar 7.570.861 in 2025. Dat zijn ruim 342.000 minder boetes.
Ook het aantal uitgeschreven snelheidsboetes nam af, van bijna 5,97 miljoen in 2024 naar ongeveer 5,49 miljoen in 2025 – een daling van bijna een half miljoen. Volgens het CJIB is deze afname mede het gevolg van de vervanging van handhavingsapparatuur.
Tegelijkertijd kregen automobilisten in 2026 te maken met forsere tarieven voor verkeersboetes. Voor 4 kilometer per uur te hard rijden binnen de bebouwde kom bedraagt de boete na correctie inmiddels 37 euro. Bij 5 kilometer per uur te snel is dat 46 euro en bij 6 kilometer per uur zelfs 56 euro.
Daarbovenop komen nog eens 9 euro administratiekosten, waardoor een boete voor 4 kilometer per uur te hard binnen de bebouwde kom uiteindelijk op 46 euro uitkomt.
Extra oplettendheid vereist in 30-kilometerzones
De noodzaak voor oplettendheid is de laatste jaren alleen maar toegenomen, vooral nu op steeds meer plekken binnen de bebouwde kom een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt. In woonwijken en op wegen waar de verkeerssituatie is aangepast, is het risico op een boete door een moment van onoplettendheid groter geworden.
Wie dagelijks dezelfde route rijdt, kan onbewust de gewijzigde maximumsnelheid over het hoofd zien, met alle gevolgen van dien.
Bij reguliere snelheidscontroles wordt doorgaans vanaf 4 kilometer per uur overschrijding na correctie bekeurd. Dit betekent dat zelfs een kleine afwijking van de toegestane snelheid al kan leiden tot een beschikking van het CJIB.
De financiële impact van kleine overtredingen
Hoewel één boete voor een kleine snelheidsovertreding wellicht te overzien is, zijn de gevolgen op grote schaal aanzienlijk. Alleen al de overtreding van 4 kilometer per uur te hard binnen de bebouwde kom werd in 2025 417.244 keer vastgesteld, goed voor ruim 15 miljoen euro aan opgelegde boetebedragen bij het tarief van dat jaar.
En dat betreft slechts één categorie snelheidsovertredingen; het totaalbedrag loopt nog veel verder op wanneer alle andere boetes worden opgeteld.
De stijgende boetebedragen zijn duidelijk zichtbaar wanneer men de tarieven vergelijkt met het verleden. In 2010 kostte een boete voor 4 kilometer per uur te hard binnen de bebouwde kom nog 19 euro. In 2026 is dit bedrag opgelopen tot 37 euro, exclusief administratiekosten – bijna een verdubbeling in zestien jaar tijd.
De meest uitgeschreven verkeersboete van 2025 bleef dus die voor 4 kilometer per uur te hard rijden binnen de bebouwde kom. Met ruim 417.000 opgelegde boetes en een gezamenlijk berekend bedrag van meer dan 15 miljoen euro, blijft deze relatief kleine snelheidsovertreding een opvallende miljoenenpost binnen de Nederlandse schatkist.










