Voor veel Nederlanders die de pensioengerechtigde leeftijd naderen, zijn toeslagen als zorgtoeslag en huurtoeslag een essentieel onderdeel van het maandelijkse budget. In een tijd waarin kosten blijven stijgen, maken steeds meer ouderen gebruik van deze financiële ondersteuning om hun uitgaven te kunnen blijven betalen.

Toch zijn niet alle regels rondom deze tegemoetkomingen bij iedereen bekend, en de voorwaarden veranderen regelmatig.
Het verkrijgen van deze toeslagen hangt namelijk niet alleen af van het inkomen, maar wordt ook voor een belangrijk deel bepaald door het vermogen dat men bezit. Juist op dit punt komt er in 2027 een aanzienlijk strengere norm aan, die vooral voor gepensioneerden met wat spaargeld of bezittingen grote gevolgen kan hebben.
De overheid heeft aangekondigd dat de regels voor het maximaal toelaatbare vermogen bij het ontvangen van toeslagen flink aangescherpt worden.
De overheid wil de toeslagen toespitsen op personen met een lager of middeninkomen en een bescheiden vermogen. Wie boven een bepaald bedrag aan spaargeld, beleggingen of andere bezittingen uitkomt, zal vanaf 2027 niet langer recht hebben op zorgtoeslag of huurtoeslag.
Het exacte moment waarop het vermogen wordt getoetst, is altijd 1 januari van het betreffende jaar, beter bekend als de peildatum.
Strengere regels voor vermogen bij toeslagen
Voor de toeslagen die betrekking hebben op het jaar 2027, wordt gekeken naar het vermogen zoals dat op 1 januari 2027 staat geregistreerd bij de Belastingdienst. Daarbij worden voor toeslagen vaak strengere vermogensgrenzen gehanteerd dan voor het heffingsvrije vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting.
Vooral de grens voor zorgtoeslag wordt volgend jaar aanzienlijk verlaagd, waardoor een grotere groep ouderen hun recht op deze toeslag dreigt te verliezen.
Vanaf 2027 wordt het vermogen een nog bepalendere factor bij het recht op zorgtoeslag. De overheid maakt daarbij onderscheid tussen alleenstaanden en huishoudens met een toeslagpartner.
LEES OOK:Kabinet heeft ingrijpende plannen voor sociale huur, dit verandert er voor jou
Uit de meest recente begrotingsstukken blijkt dat de grenzen in 2027 duidelijk omlaag gaan, met als gevolg dat sommige AOW’ers het recht op zorgtoeslag verliezen, zelfs als hun financiële positie nauwelijks is veranderd.
Bovendien telt het vermogen van inwonende kinderen jonger dan 18 jaar ook mee bij de beoordeling van het recht op toeslagen. Dit betekent dat gezinnen waarin (klein)kinderen op hetzelfde adres staan ingeschreven, rekening moeten houden met hun spaargeld of andere bezittingen.
Nieuwe vermogensgrenzen voor zorgtoeslag in 2027
In 2026 bedroeg de maximale vermogensgrens voor alleenstaanden die recht wilden houden op zorgtoeslag nog € 146.011. Voor mensen met een toeslagpartner lag de grens op € 184.633.
In 2027 worden deze grenzen fors verlaagd: alleenstaanden mogen dan maximaal € 119.122 aan vermogen hebben, terwijl de grens voor huishoudens met een toeslagpartner wordt vastgesteld op € 158.748.
Deze verlaging betekent voor alleenstaanden een daling van € 26.889, en voor partners samen een verlaging van € 25.885. De genoemde bedragen zijn afkomstig uit de begrotingsstukken voor 2027, maar zijn nog niet definitief vastgesteld.
Toch is duidelijk dat deze verlaging voelbaar zal zijn, vooral voor ouderen die hun leven lang gespaard hebben of een erfenis hebben ontvangen.
Huurtoeslag: lagere vermogensgrens, maar geen extra verlaging
Ook bij de huurtoeslag speelt het vermogen van de aanvrager en diens partner een rol. In tegenstelling tot de zorgtoeslag blijft de grens voor het vermogen bij de huurtoeslag in 2027 vrijwel gelijk aan die van 2026.
Hoewel een lichte jaarlijkse bijstelling mogelijk is door indexatie, verwacht het Ministerie van Financiën geen aanvullende verlaging voor deze toeslag.
Voor het jaar 2026 lag de vermogensgrens voor huurtoeslag op € 33.748 voor alleenstaanden en € 67.496 voor huishoudens met een toeslagpartner. Deze bedragen zullen naar verwachting in 2027 gehandhaafd blijven. Ook bij de huurtoeslag wordt het vermogen van inwonende kinderen onder de 18 jaar en andere medebewoners op hetzelfde adres meegerekend.
Een opvallend verschil is dat het vermogen van een toeslagpartner die niet op hetzelfde adres staat ingeschreven, bij huurtoeslag soms niet wordt meegerekend, terwijl dit bij zorgtoeslag wel kan meetellen.
Wat telt mee voor het toetsingsvermogen?
De Belastingdienst rekent verschillende soorten bezittingen tot het vermogen. Dit zijn onder andere spaargeld, banktegoeden, beleggingen zoals aandelen of cryptovaluta, tweede woningen, vakantiehuizen en contant geld boven een bepaald bedrag. De eigen woning waarin men woont, wordt niet meegerekend bij de bepaling van het vermogen voor toeslagen. Ook auto’s blijven doorgaans buiten beschouwing.
Bepaalde schulden kunnen in mindering worden gebracht op het vermogen, mits deze voldoen aan de fiscale voorwaarden en boven een vastgestelde drempel uitkomen.
LEES OOK:Wilders roept gemeenten op asielopvang te blokkeren na afwijzing PVV-motie
Consequenties voor AOW’ers met spaargeld
Voor veel mensen die uitsluitend AOW ontvangen, ligt het inkomen doorgaans zo laag dat zij in aanmerking komen voor toeslagen. Maar wie naast de AOW beschikt over spaargeld of andere bezittingen, loopt het risico door de lagere vermogensgrenzen het recht op toeslagen te verliezen.
Dit risico wordt extra groot nu de grens voor zorgtoeslag in 2027 stevig wordt verlaagd. Vooral ouderen die een erfenis ontvangen, kunnen hierdoor buiten de boot vallen.
Mogelijke stappen als je boven de grens zit
Voor wie vermoedt dat het vermogen net boven de nieuwe grens uitkomt, kan het verstandig zijn om vóór 1 januari 2027 actie te ondernemen.
Er zijn verschillende mogelijkheden om het vermogen te verlagen: extra aflossen op de hypotheek, schenkingen doen aan kinderen of kleinkinderen, of geplande grote uitgaven – zoals de aanschaf van een auto of een verbouwing – naar voren halen.
Op deze manier kan het vermogen op de peildatum onder de grens blijven, waardoor het recht op toeslagen behouden blijft.
Jaarlijkse controle blijft belangrijk
Aangezien zowel vermogensgrenzen als persoonlijke situaties jaarlijks kunnen wijzigen, is het raadzaam om ieder jaar te controleren of men nog recht heeft op toeslagen. Dit kan eenvoudig door een proefberekening te maken op de website van de Belastingdienst.
Door de eigen situatie regelmatig te evalueren, kunnen onaangename verrassingen worden voorkomen en blijft men op de hoogte van wijzigingen in de regelgeving.
Inkomen blijft ook relevant
Niet alleen het vermogen, maar ook het inkomen speelt een doorslaggevende rol bij het bepalen van het recht op zorgtoeslag en huurtoeslag. Voor zorgtoeslag wordt in 2027 een inkomensgrens van circa € 42.951 voor alleenstaanden en € 54.160 voor partners gehanteerd, op basis van de begrotingsstukken.
Deze bedragen zijn nog niet definitief vastgesteld. Aanvullend pensioen en andere inkomsten worden hierin meegenomen.
Voor huurtoeslag ligt de inkomensgrens complexer. Deze is afhankelijk van factoren als de huurprijs en de samenstelling van het huishouden. Sinds 2026 is er geen maximale huurprijs meer die automatisch uitsluit van huurtoeslag, maar de toeslag wordt wel berekend tot een vastgesteld maximaal huurbedrag. Ook hiervoor is het verstandig jaarlijks een proefberekening te maken.
Termijnen voor het aanvragen van toeslagen
Wie in het voorgaande jaar recht had op toeslagen, maar deze nog niet heeft aangevraagd, kan dat in principe tot en met 31 december 2027 alsnog doen voor het jaar 2026. Bij uitstel voor de belastingaangifte kan de aanvraagtermijn zelfs nog langer zijn.
Het is daarom belangrijk om de persoonlijke situatie goed in de gaten te houden en tijdig actie te ondernemen, om geen recht op toeslagen te missen.










