De sfeer aan tafel is geladen wanneer Gordon aanschuift bij de talkshow Vandaag Inside. Terwijl het gesprek aanvankelijk luchtig lijkt, hangt er al snel een voelbare spanning in de studio. De presentatoren en gasten bewegen behoedzaam rondom een onderwerp dat doorgaans niet zonder slag of stoot besproken wordt.

Op een bepaald moment wordt het duidelijk dat het gesprek een gevoelige kant op gaat. Er wordt gesproken over de maatschappelijke acceptatie van homoseksuelen en de manier waarop deze zich in de loop der jaren heeft ontwikkeld.
Eén van de vaste tafelheren, Johan Derksen, benoemt dat hij niet begrijpt waarom het begrip voor homoseksuelen lijkt af te nemen. “Ik weet niet in welke doelgroep dat zit. In mijn oudere generatie zijn homo’s niet bijzonder en zijn ze allang helemaal geaccepteerd,” merkt hij op.
Dan neemt het gesprek een andere wending. Gordon, zichtbaar voorzichtig, geeft aan dat hij denkt te weten waar het probleem ligt, maar hij aarzelt om het rechtstreeks te benoemen. “Nou ja, we weten allemaal natuurlijk wel hoe dat komt.
We weten allemaal hoe dat komt, maar niemand durft het beestje bij de naam te noemen,” zegt hij, zonder het onderwerp expliciet te maken.
Johan Derksen dwingt tot duidelijkheid
Johan Derksen laat zich niet met een vaag antwoord afschepen. Hij moedigt Gordon aan om zijn gedachten uit te spreken: “Nou, zeg jij het dan eens.” Toch blijft Gordon aanvankelijk op de vlakte.
Hij verwijst naar de situatie in Amsterdam, waar homoseksuelen zich volgens hem niet meer veilig voelen om hand in hand over straat te lopen. “Kom op! Maar niemand durft zijn bek open te trekken,” aldus Gordon, die de vinger op de zere plek lijkt te willen leggen.
René van der Gijp, een andere vaste gast, vraagt zich af of de situatie vroeger daadwerkelijk beter was. “Is het dan ooit beter geweest, ouwe reus?” Gordon is hierin resoluut: “Ja, echt, geloof me. Het is echt beter geweest.”
Het verboden woord valt
Op dat moment grijpt Johan Derksen in en spreekt het woord uit dat tot dan toe onbenoemd bleef. “Maar dat is de islam, Gordon? Gordon, dat is de islam?” Nu is Gordon duidelijk: “Dat is mede door de islam.”
Hij benadrukt dat hij hiermee op een van de factoren doelt die volgens hem bijdragen aan de verslechterde situatie voor homoseksuelen in de maatschappij.
Gordon wijst erop dat dit probleem niet alleen in Nederland speelt. Hij haalt een voorbeeld aan uit Zuid-Afrika, waar hij al dertig jaar komt. “We hebben het niet alleen in Nederland, hè, jongens, let op.
Zuid-Afrika heeft jarenlang een regenboogzebrapad gehad en dat is een paar weken geleden gewoon bekrast met hakenkruizen en weet ik veel wat ze allemaal gedaan hebben.” Wie verantwoordelijk was voor deze vandalismeactie blijft in het gesprek onduidelijk.
Homoseksualiteit en de lhbti-gemeenschap
Gordon uit verder zijn zorgen over de manier waarop homoseksualiteit tegenwoordig wordt besproken in het publieke debat. Hij vindt dat het onderwerp te veel op één hoop wordt gegooid met andere kwesties binnen de lhbti-gemeenschap.
“Die vlag heeft nu ook allemaal mensen met trans en weet ik veel wat allemaal, maar dat zijn mensen… Dat heeft niets te maken met homoseksualiteit. Die hebben een identiteitsprobleem. Dat is iets heel anders.”
Hij voegt toe: “We worden allemaal op een hoop gegooid. Ik voel voor die mensen, alleen ik vraag me af of het wel juist is om alles op één hoop te gooien.”
Specifieke groep of breder probleem?
Wilfred Genee, de presentator, probeert vervolgens te achterhalen welke groep Gordon precies bedoelt. “Jij geeft eigenlijk de islam… Mensen van Noord-Afrikaanse afkomst, bedoel je dan? Je hebt het een keer meegemaakt, een heel vervelende situatie, kan ik me herinneren?”
Gordon bevestigt dat hij het nodige heeft meegemaakt: “Natuurlijk. Ik heb van alles meegemaakt.” Wilfred herinnert zich dat Gordon ooit slachtoffer werd van geweld, waarop Gordon reageert: “Dat was heel heftig, maar dat had niets met mijn homo-zijn te maken.
Ik ben gewoon overvallen.” René vraagt of dit in Amsterdam gebeurde, wat Gordon bevestigt.
Wilfred merkt op dat Gordons uitspraken ongetwijfeld tot verontwaardiging zullen leiden. “Er zullen nu wel een heleboel moslims thuis zitten die boos zijn.” Gordon laat zich hierdoor niet afschrikken.
“We durven het niet te zeggen en je moet heel voorzichtig zijn in Nederland met dat soort uitspraken, alleen als níemand het nog benoemt, wie doet het dan nog wel?”
Herinnering aan Pim Fortuyn
Het gesprek krijgt een nog zwaardere toon wanneer Gordon refereert aan Pim Fortuyn, de politicus die in 2002 werd vermoord. “Ik zie nog steeds Pim Fortuyn voor me, een fantastische man. Hij heeft het ons allemaal verteld en hij heeft ons allemaal gewaarschuwd en hij werd voor z’n kop geschoten.
Ik zal de dag nooit vergeten.” Volgens Gordon zijn er nu mensen thuis die zich zorgen maken om zijn uitspraken. “Iedereen zit thuis nu te kijken en te denken: Gordon, doe voorzichtig, doe voorzichtig, maar ik verdom het. Ik ben gewoon wie ik ben.”
Wilfred Genee begrijpt de gevoeligheid van het onderwerp. “Het wordt niet uitgesproken omdat het gevoelig ligt,” stelt hij. Gordon reageert verontwaardigd: “Dat is toch erg?”
Onderzoeken en taboes
Wilfred wijst vervolgens op onderzoek waaruit zou blijken dat vooral jongens van Marokkaanse afkomst homoseksuelen in Amsterdam lastigvallen.
“Ik kan me herinneren dat er in het verleden ook onderzoeken zijn geweest in Amsterdam die de la in gingen op het moment dat bleek dat met name jongens van Marokkaanse afkomst veel homoseksuele mensen aan het intimideren waren en dat werd dan nooit naar buiten gebracht.”
Johan Derksen reageert hierop met kritiek op de islamitische gemeenschap. “Dat is dus het kwalijke van die godsdienst: vanuit de moskee wordt dat gepredikt, hè? Dat is een soort haat kweken, vind ik.” Gordon is het daarmee eens: “Dat is het ook.”
Johan uit zijn zorgen over islamitisch onderwijs. “Daarom ben ik ook zo bang voor islamitische scholen. Dat zijn hersenspoelingen.”
Nuancering van Gordon
Opvallend is dat Gordon vervolgens zelf de scherpe toon aan tafel probeert te nuanceren. Hij benadrukt dat niet alle moslims in dezelfde categorie geplaatst mogen worden. “Je kunt ze ook niet allemaal over één kam scheren, want er zijn zoveel meer leuke moslims in Nederland dan de slechte.
Zoveel meer. Daar ben ik heilig van overtuigd.” René van der Gijp sluit zich bij deze nuance aan. “Ja, het lullige is dat je misschien praat over 1 of 2 procent, hè? Dat is het lullige ervan.”










